Hoe werkt de neus

De hond ademt lucht in via de neusgaten en met deze lucht komen moleculen mee welke geur bevatten: omgevingsgeur, geur van voorwerpen, – mensen, – dieren, etc. Het reukorgaan bevindt zich achteraan in de neus. In het slijmvlies van dit orgaan vindt men de cilia (soort kleine haartjes) waarop de geurreceptoren op zitten. De cilia zijn uitlopers van geurzenuwcellen. Een hond heeft veel meer verschillende geurreceptoren dan een mens. Een hond heeft er ca. 1100, een mens ca 390. Bij honden is een groot deel van het brein betrokken bij geur verwerking, bij mensen een veel kleiner deel.

Deze zenuwcellen zijn direct verbonden met het deel van de hersenen dat de geur informatie verwerken, de olfactorische knop. Als een hond rustig ademhaalt, komt de luchtstroom niet optimaal bij de receptoren die hoog achter in de neus liggen. Dan kan hij alleen hoge concentraties van geuren waarnemen. Wanneer een hond snuffelt, komt de lucht goed in de gebieden waar de geurreceptoren zich bevinden, en kunnen dus ook veel lagere concentraties van geuren worden geroken. Een grotere variatie in geurreceptoren maakt het mogelijk om fijner onderscheid te maken tussen geuren. Daarnaast is ook de relatieve grootte van de olfactorische knop van belang: bij honden is een groot deel van het brein betrokken bij geurverwerking, bij mensen een veel kleiner deel.